|
Onze indrukken van High End 2002 in Frankfurt, een kritisch verslag want het is een High-End beurs, geen Firato. Helaas wordt ook dit wereldje overheerst door commercieel ingestelde handelaren/importeurs die niet in de eerste plaats bezig zijn met de kunst om een mooi geluid te creeren, gelukkig vallen die op zo'n beurs direct door de mand. Het is bovendien meestal snel duidelijk of er echte liefhebbers of ongeinteresseerde verkopers aan het demonstreren zijn. |
Toen we aankwamen en alle geparkeerde auto's zagen leek het erg druk en waren we bang dat we niets konden zien, laat staan horen. Het tegenovergestelde bleek het geval, de beurs wordt gehouden in een groot luxe hotel, waarbij in elke kamer iets te zien valt, je kon overal goed bij en prima luisteren. Vreemd genoeg was het op zondag nog rustiger als op zaterdag. Er hing een prettige sfeer, op de gangen werd gezellig gekletst, gedronken, gerookt en gegeten. Het toegangskaartje is trouwens een CD met wat high-end muziekjes, aardig. Over het algemeen werd er redelijke muziek gedraaid, niet van dat slappe gepingel zoals in de Doelen (muziek waardoor een midisetje nog als high-end klinkt). Ook werd er nergens moeilijk gedaan als ik mijn eigen CD's wilde horen, hier en daar werd zelfs gevraagd wat er op moest, terwijl we toch gewoon als snotneuzen gekleed waren. Hier zie je de Audio Physic Kronos aangesloten op de Audio Physic Strata monoblokjes, beide nieuw en erg duur. Het geluid was niet slecht maar klonk niet erg akoustisch, er zat een elektronische glans over die vooral bij hardere volumes en pieken storend was. Er was geen sprake van de magie zoals de bij de oude Caldera II en de Virgo II, als die goed opgesteld en aangestuurd worden heb je de illusie dat er live een band voor je staat. De nieuwe ontwerpers zijn duidelijk geen meesters in het vak zoals oprichter J.Gerhard, heel jammer. We hebben even aangeklopt bij de "nur für Händler" kamer, daar probeerde ik los te krijgen waarom ze in godsnaam zo'n slechte metaaltweeter in hun nieuwe ontwerpen gebruiken en of de Virgo Classic nog gaat uitkomen, helaas stond daar zo'n corpsballetje die wel kon praten maar niets kon uitleggen, dus we zijn niets wijzer. |
Avalon Opus op de Pass Labs X250 eindversterker, dit klonk erg goed. De Pass wist de Avalon zelfs wat muzikaal te laten klinken (nog wel iets te analytisch voor mijn smaak). De Pass X250 heeft een prachtige vormgeving met zijn ronde blauwverlichte meter, de klank is natuurlijk, akoustisch, helder met een stevig basfundament, helaas kost hij ca. €9000, toch net iets te veel voor het gebodene. De Opus is echt te duur (ca. €20000). In de kamer ernaast stond de Avalon Eidelon op Ayre te spelen, een mooie vergelijking: De Ayre's met NBS bekabeling (merken met bijsmaak) slaagden er niet in om de Avalons realistisch te laten klinken, ook hier zat er een electronische glans over het geluid waardoor de illusie van live geluid ontbrak. De verschillende klankkleuren van de instrumenten vielen nauwelijks te onderscheiden, hier moet iets meer mis zijn geweest, of de combinatie werkt gewoon niet, zowel op zaterdag als op zondag hadden we dezelfde ervaring.
Topmodel van Mission op Chord versterkers. Wat niet te zien is op de foto, is dat de kast gevuld is met woofers, het geluid was typisch Mission, d.w.z. kleurloos, alles klinkt grauw en grijs, dit is niet een speaker die mooie klankkleuren kan laten horen, veel goedkopere en oudere modellen van Mission zijn beter dan deze. Een nieuwe Dali speaker (het kan zijn dit de verkeerde foto is), hij klonk moddervet, je hoort duidelijk het rubberachtige geluid van de ophangranden, deze ronden het geluid af, geen scherpe randjes, maar een gladgestreken, vette sound. Dit gaat natuurlijk ten koste van de definitie, de bas klonk veel te vol. Niets voor mij en zeker geen high-end. Een vergelijkbare vette sound heeft Canton, maar in deze opstelling overheerste het schelle aggressieve hoog.
Deuvel luidsprekers, zowel de woofer als de tweeter liggen plat en de geluidsgolven worden afgebogen zodat ze rondom afstralen naar alle kanten. Hierdoor ontstaat ruimtelijkheid, maar dit gaat helaas wel ten koste van de focusing en dynamiek, het geluidsbeeld is niet zo strak geplaatst, waziger. Leuk geprobeerd.
Leuk aangeklede kamers met Einstein, Rega en Envoy speakers, deze aparte Hongaarse speakers stralen schuin naar boven af wat weer een ruimtelijk beeld geeft. De basweergave is een combinatie van transmissielijn en basreflex. Ze klonken op het eerste gehoor niet slecht, maar waren niet zodanig opgesteld zodat een serieuze luistersessie mogelijk was.
Wilson Benesch heb ik pas ondekt na een luistersessie bij iemand thuis, een van de beste speakersbouwers wat mij betreft (samen met JM Reynaud), onbegrijpelijk dat dit bedrijf nog niet in Nederland geimporteerd wordt. Dit Engelse bedrijfje is begonnen met platenspelers en maken nu zeer muzikale speakers. Jammer dat alleen de kleinste monitor speaker gedemonstreerd werd, deze van de foto was niet aangesloten. Maar uit die kleine Benesch monitor kwam trouwens een ongeloofelijk diepe bas, en nog gecontroleerd ook, verder een prachtig middengebied en een rustig maar zeer realistisch hoog. Het topmodel de Bishop had ik ook graag een keer willen horen, ik lees regelmatig dat dit een van de beste speakers ter wereld is (ook erg duur). Ook als je niet rijk bent is de high-end bereikbaar. Epos speakers staan bekend om hun mooie middengebied, ze klinken niet spectaculair maar hebben wel verborgen kwaliteiten, meer voor de liefhebbers dan personen die indruk op anderen willen maken met hun installatie. Creek is vooral interessant om zijn passieve voorversterkerkastjes (met afstandsbediening), als het in je systeem past heb je high-end voorversterking voor een lage prijs.
Krell had alleen een home theater setup, hoort niet op een high-end beurs (mijn mening). Een beetje laf ook, iedereen moet het doen met die kleine kamertjes, laat maar horen wat je in huis hebt. Hier zie je de dure LAT-1 speakers op FPB 350Mc monoblokken, en het klonk echt verschrikkelijk, alsof je glasscherven, prikkeldraad en scheermesjes in je oren kreeg. Ik weet dat de Krell FPB's erg goed kunnen klinken dus het zal wel aan die speakers liggen, totaal geen muzikaliteit, anti-reclame voor Krell. Een concurrent van Krell: de zeer kostbare Halcro monoblokken (die H-torentjes) hier met een mooie Clearaudio draaitafel en Danish Physics speakers. De Halcro's hebben het minste vervorming van alle versterkers en een super stabiele voeding (je kunt er tussen de 85 tot 270V op aansluiten zonder iets om te schakelen). Hoe ze klinken kon ik moeilijk beoordelen omdat ik de speakers ook niet ken.
Ook een mooie, dure eindversterker van het Deense merk Gryphon, helaas stonden ze aangesloten op hun speakers en die kunnen me minder boeien (niet muzikaal genoeg).
Plinius eindversterkers, met een mooie akoustische klank, veel lucht, een prachtig middengebied, een stevige bas (slam) en een terughoudend maar helder hoog (beetje koud in vergeklijking met de rest van het spectrum). Een stuk betaalbaarder dan Krell, Mark Levinson etc.
Sharp koos voor de Avantgarde Uno hoornluidsprekers om hun 1-bit digitale alles-in-een kastjes te demonstreren (ca. 1500 Euro), een slechte combinatie omdat de hoorns een muzikale versterker nodig hebben, dus het klonk erg digitaal (niet vloeiend). Avantgarde zelf demonstreerde alleen hun Solo luidspreker, een kwestie van smaak, voordelen van hoorns zijn grote dynamiek en transparantie, maar de warmte moet van de versterker komen en de bas van een aparte (sub)woofer, de ruimtelijkheid is goed maar de focusing blijft beperkt (alles klinkt meer breed dan diep). Ik mis vaak warmte in het middenlaag. Deze Audio Aero hoornluidsprekers op Capitole versterker klonken alsof er loudness aanstond, zuiver hoog en diep laag, maar weinig warmte uit midden en middenlaag gebied.
De legendarische Klipschorn luidsprekers (in de hoek, onder de planten en groene discolichten) op Aragon versterking. Een overdonderende bas en een hard, schel hoog met de nodige vervorming, leuk indien je een zaal of rockfestivalgeluid in huis wilt. Ongetwijfeld kunnen deze speakers ook wat subtieler klinken maar dat was duidelijk niet de bedoeling bij deze demonstratie.
De Italiaanse SAP speakers met een speciale hoornachtige tweeter klonken heel wat beschaafder. De Relaxa 1, een zwevend plateau (met magneten), leuk (alleen de prijs weer niet natuurlijk).
Een kast vol met Naim, de filosofie van Naim staat mij wel aan, gewoon zorgen dat het lekker klinkt zonder je aan de cijfertjes te houden. Helaas slaagde Naim er niet in om het lekker te laten klinken op hun eigen speakers, de goedkope set klonk zelfs nog stukken beter dan de dure (met o.a. de NAP 500 eindversterker van ca. €18000 Euro), deze set verdiende het slechtste geluid van de show wat ons betreft, het klonkt zeer onzuiver, krasserig, vlak en zeker niet ritmisch (ook met eigen CD getest). Deze speakertjes van Sehring elders op de beurs waren ook aangesloten op Naim spullen en klonken wel zoals Naim het bedoeld heeft, lekker ritmisch.
Dit zijn active luidsprekers van het Duitse merkje Moll Audio (ca. €11000 per paar), hier werd bevlogen verteld over het bijzondere van deze speakers, bijvoorbeeld de voordelen van de enorme breedbandigheid van de middentonenunits (5 octaven). Ze klonken op het eerste gehoor goed, met name in het middenbereik. Bij Fischer & Fischer werd er zelfs meer gepraat dat muziek gedraaid, na een eindeloos verhaal over deze speakers van leisteen viel het geluid tegen, erg snel maar niet muzikaal en wat scherp.
Bösendorfer, de pianobouwers maken ook speakers, met alleen 1 of 2 tweeters aan de voorkant, de rest van de units zit opzij. We hebben alleen zeer statige klassieke muziek gehoord op deze speakers, dat klonk goed (snel, wat analytisch, zeer ruimtelijk) maar ik vermoed dat ze met rock wat minder kunnen boeien. Lua klinkt ook weer snel, wat analytisch, allemaal helder, het grootste gedeelte van de high-end speakers klinkt zo, hebben een hoge resolutie, je hoort alles, maar zo weinig levend, je hebt niet echt het idee dat live geluid uit komt. Het is dan meestal de taak van de verterker om het weer een beetje te laten klinken. Eigenlijk is dit de omgekeerde wereld, een versterker hoort natuurlijk neutraal te zijn.
Ik weet niet of dit de beste opstelling is voor de Audio Note speakers, maar zo krijg je natuurlijk geen soundstage, voor de rest is het geluid wel aangenaam, vooral geconcentreerd op het middengebied. JMlab staat bekend om zijn goede hoogweergave, dat was goed te horen, maar helaas klonk het zo helder dat het leek of er nauwelijks mid en laag uit kwam.
Dit vinden we er zo mooi uitzien, Nagra bekend van zijn professionele draagbare taperecorders, en buizenvoorversterkers met batterijvoeding heeft nu ook buizeneindversterkers (torentjes aan de zijkanten) en een geintegreerde transistor versterker (dat torentje in het midden). De Nagra voorversterker en de nieuwe DAC. Ik ken de speakers niet maar het klonk erg goed, een mooi punchy buizengeluid, niet te warm. Jammer dat Nagra zo prijzig is.
De Sonus Faber Cremona's klinken inderdaad sneller dan de oude SF's, verliezen daarbij een gedeelte van hun muzikaliteit maar gelukkig niet alles. Het is allemaal een kwestie van smaak, veel SF fans zullen de oude speakers mooier vinden klinken, ik twijfel. Ze klinken goed maar zijn op dit moment een beetje overhyped. Dit wordt helemaal overschat, de revolutionaire Manger speaker, het klinkt anders, erg correct allemaal maar ook een beetje doods. Voorlopig nog maar even doorontwikkelen.
Een Magnapan magnetostaat op een Jeff Rowland versterker (een magnetostaat heeft alle voordelen zonder de nadelen van de elektrostaat heb ik me laten vertellen). Klinkt goed, maar je moet ervan houden, transparant maar minder dynamisch in het middenlaag en laag. De klank is helder en wat analytisch, het geluidsbeeld is minder scherp, ik heb het liever andersom (wat donker en levendig met een scherpe focusing).
Monitor Audio, veel mensen hebben moeite met de metalen tweeters, wij ook. Het klonk weer erg metalig, nog steeds niets veranderd bij Monitor Audio, daar waren we snel klaar.
Versterkers van Octave, nooit eerder van gehoord, bij Audio Physic gebruikte ze de voorversterker, lelijk dat marmer en die goedkope roostertjes, net een gaskachel.
Accuphase wil ik nog even in beeld brengen want ze behoren net zoals McIntosch (helaas afwezig) tot de zeer zeldzame high-end fabrikanten die versterkers maken met een toonregeling. Wat veel audiofielen niet beseffen is dat een toonregeling een betere manier is om je systeem in balans te brengen dan met kabels. Kabels horen gewoon alles door te geven, kabels die het geluid beinvloeden zijn filters. Speakers horen op een positie te staan waar de soundstage optimaal is, dit is zelden de positie waarop de toonbalans precies goed is. Tenslotte is het erg vermoeiend om bij elke afwijkende opname kabels te gaan wisselen of met speakers te gaan schuiven. ![]() Dit is de Reson een enkele breedband speaker (de cirkels aan de zijkant zijn geen speakers maar gaten). Klonk best o.k. maar ik mis toch altijd wat in het hoog zonder tweeter, net dat laatste beetje transparantie ontbreekt.
Hier zie je de Essence breedband speakertjes (ca. €3500 per paar) op een 47 Labratory installatie. Dit was wel het meest verfrissende geluid van de show, ook hier ontbreekt weer het laatste beetje hoog, en de bas is ook beperkt, maar daar gaat het niet om bij deze kleine speakers, ze slagen er wel in om onzettend lekker te klinken, snel, helder, fris, alternatieve high-end zullen we maar zeggen. De ontwerper van de breedbandspeakerunit, Ted Jordan was ook aanwezig en is zwaar onder de indruk. De Essence zelf is ontworpen door Sead Lejlic uit Sarajevo, een heel aardige man die ook de Europese importeur is van 47 Labratory. Tot slot:
47 Labratory uit Japan, dit is wel de meest bijzondere apparatuur van dit moment, de revolutionaire Gaincard is misschien wel de beste versterker van dit moment (voor speakers die makkelijk aan te sturen zijn en niet te helder klinken), de cilinders zijn de voedingen, het rechthoekige kastje links is de Gaincard (ca €4000), er zitten 2 volumeknopjes op (voor L en R) met maar 12 standen, en inwendig zitten er maar 9 onderdeeltjes per kanaal (opamp), toch lukt het de zelfbouwers niet om het zo te laten klinken (er is een zelfbouw forum en diverse sites). Het geluid is zeer natuurlijk, snel, fris, punchy, en doet niet denken aan transistor of buizen. De diepe bas is wel beperkt maar dit wordt voor een groot gedeelte goed gemaakt door de snelheid, waardoor de bas toch impact heeft. Rechts ligt de Flatfish CD-speler (ca. €4000) en een DAC.
Dit is de nieuwe, meer betaalbare "Shigaraki" lijn van 47 Labratory, klinkt schijnbaar bijna even goed, van een afstandje lijkt het net zelfbouw spul, maar van dichtbij ziet het er erg mooi uit. De CD-speler links op de grond hoort trouwens bij de dure lijn, dit is de Pitracer van €29000. De kabeltjes van 47 Labs zijn ook bijzonder, 0.4mm zuiver koperdraad met een teflon mantel, deze dunne draadjes worden voor interlinks en speakers gebruikt. De tulp plugjes bevatten geen metaal, de koperdraadjes maken direct contact met de pluggen op de versterker/CD speler/etc. Ze klinken ongeloofelijk goed en supersnel, er zijn mensen die hun dure Siltechs hiervoor hebben weggedaan. 50m + 12 plugjes kosten €700, daarmee kun je dan je hele installatie bekabelen, duur voor dun koperdraad en wat plastic, maar ander koperdraad haalt het schijnbaar niet bij deze kwaliteit. Zondagmiddag komt de Amerikaanse recensent Steven Rochlin de demoruimte van 47 Labs binnenlopen en trekt ongevraagd de kast open om Formule 1 te gaan kijken, ja een toprecensent stuur je niet zomaar weg, de rest van de middag kon er alleen nog maar geluisterd onder het geschreeuw van Steve (die met het rode Ferrari shirt). --- THE END ---
|